Verslag Winterreis 2026

Verslag Winterreis 2026

3 maart 2026

Het is donderdag 26 februari als ’s morgens in een van de hotels in Locarno een aantal SNE-reizigers binnendruppelt voor het ontbijt. Aan het begin van de tweede vrije dag tijdens de Winterreis heerst er een weldadige rust. Het ontbijtbuffet is keurig verzorgd, Zwitserse kwaliteit. Die rust is wel even fijn, want we zijn al vier dagen op reis en die waren best intensief…
Het begon allemaal afgelopen zondag met de treinreis vanuit Nederland naar Interlaken.
De ICE vanuit Amsterdam zou, behalve in Utrecht, ook in Venlo stoppen vanwege werkzaamheden richting Arnhem. Althans, dat staat al wekenlang op de NS-reisplanner aangegeven. Normaal stopt de ICE bij een omleiding via Venlo alleen in ’s-Hertogenbosch, maar dat station is die dag voor reizigers uit de richting Arnhem en Nijmegen onbereikbaar vanwege werkzaamheden tussen Oss en Den Bosch. Een aantal medereizigers heeft een hotel in Venlo genomen, om in elk geval op tijd te zijn.  Anderen, waaronder reisleider Rob Zoomer en schrijver dezes, krijgen die ochtend op weg naar Venlo via de Maaslijn al een telefoontje van medereizigers in de ICE dat die toch niet in Venlo, maar in Blerick(!) zal stoppen. Verwarring dus, want dat is heel ongebruikelijk.
Omdat we erg vroeg zijn besluiten we toch eerst naar Venlo door te reizen en eventueel terug te gaan naar Blerick. In Venlo houdt de informatie het midden tussen afwezig, gebrekkig en tegenstrijdig. Intussen verzamelt een groot deel van de groep die in Venlo instapt, zich in de stationshal. Onze reisleider kan meteen aan de bak!

De SNE-excursietrein op de Wengeralp, 23 februari 2026. Foto Sieger de Boer

Die besluit, na opnieuw contact met mensen in de naderende ICE, die op hun beurt in contact staan met het treinpersoneel, om toch naar Blerick te gaan. De ICE zou daar toch echt gaan stoppen in plaats van in Venlo, hoewel dat niet officieel is. Natuurlijk geeft dat de nodige onzekerheid en is het onaangenaam vanwege de gestage regen en gebrek aan faciliteiten in Blerick.
Om een lang verhaal kort te maken: de ICE stopt onofficieel in Blerick, met slechts één deur open per treinstel (anders past het niet aan het perron…) en rijdt in Venlo via de goederensporen, waarbij al snel blijkt dat daardoor toch vier reisgenoten de trein missen. Maar dankzij kennis van zaken en alertheid in de groep heeft de overgrote meerderheid van ons gezelschap én enkele ‘normale’ reizigers de trein in elk geval wel gehaald…
De gelukkig zeer ruime overstap in Köln Hbf halen we gemakkelijk en ook de verdere heenreis via Spiez naar Interlaken verloopt goed, hoewel later weer met vertraging. De vier achterblijvers arriveren helaas pas ruim na het eerste gezamenlijke diner alsnog in Interlaken. Gelukkig hebben we elk een eigen Interrailkaart en geen groepsbiljet!

En zo begint een enerverende tiendaagse reis naar 4 landen (Zwitserland, Italië, Oostenrijk en Duitsland) met standplaatsen in Interlaken, Locarno, Trento, Innsbruck en Augsburg.

De SNE Winterreis 2026 is er voor jong en oud! Grindelwald Grund, 23 februari 2026. Foto Jurjen Hooghiemstra

Op dag 2 staat meteen een hoogtepunt op het programma: het bekende ‘rondje’ vanuit Interlaken via Grindelwald en Kleine Scheidegg naar de Jungfrau en via Lauterbrunnen weer terug, met op de Wengernalpbahn een eigen trein met ouder materieel: motorwagen BDeh 4/4 114 met stuurstandrijtuig Bt 275 en goederenwagen Ok 616. Het wordt een prachtige dag met grotendeels zonnig weer en tussen Grindelwald en Lauterbrunnen voldoende sneeuw om er bij de fotostops een ’echte’ Winterreis van te maken. Op uitstekende wijze begeleidt Fabian Handschin namens de Wengernalpbahn de excursie en de fotostops en beantwoordt vele vragen. Natuurlijk is de rit met de Jungfraubahn naar 3454 meter hoogte ook letterlijk het hoogste punt, waar de ijle lucht duidelijk merkbaar is. Het uitzicht erheen is niet anders dan in een gemiddelde metro, maar boven is het, ondanks de ijzige wind, fenomenaal.

Treinstel 218 voor vertrek van de Jungfraujoch, 23 februari 2026. Foto Paul Muré

De deelnemers aan de Winterreis 2026 stappen op Kleine Scheidegg over, 23 februari 2026. Foto Frans van Sabben

De vrije dag in Interlaken wordt op zeer uiteenlopende wijze besteed. De Brünigbahn richting Luzern is populair, evenals Engelberg, een bezoek aan Bern of een rit via de Montreux – Oberland Bernois (MOB). Anderen bezoeken zelfs een bijzondere spoorverzameling in Wildegg in het noordoosten van Zwitserland. Ondergetekende geniet van een culinaire trein – boot – bustocht langs en over de Thunersee met bezoek aan de Beatushöhlen (druipsteengrotten).

De dag daarop verlaten we Interlaken voor een mooie treinrit langs de Thunersee naar Spiez en vervolgens via de Lötschberg-basistunnel naar Brig, Domodossola en Locarno. Helaas blijkt onze reisleider er niet van op de hoogte gesteld te zijn dat we gereserveerde plaatsen hebben zodat een deel van de groep uiteindelijk een flink deel van de rit staand doorbrengt. Vanuit Brig bereiken we met een stoptrein het Italiaanse Domodossola alwaar de koffiekiosk op het stationsplein goede zaken doet en de eigenaar op onnavolgbare wijze twee uitgiftepunten tegelijk bedient. Na ruim drie kwartier pauze staat langs het ondergrondse perron van de Centovallibahn treinstel ABe 8/8 21 ‘Roma’ gereed om de groep gedurende de rest van de dag met veel mooie fotostops en veel rangeerbewegingen naar Locarno te brengen.  In Camedo wordt deze omgeruild voor de Zwitserse ABDe 6/6 31 + rijtuig B123 dat tot onze verrassing door de museumbemanning extra is aangehaakt. Hier worden beide stellen ook nog eens achter elkaar gerangeerd voor een mooie foto.

SNE-excursietrein Domodossola – Locarno op het grote spoorviaduct bij Intragna, 25 februari 2026. Foto Paul Muré

Het treinpersoneel is erg enthousiast en doet alles om de rit tot een succes te maken, waaraan de later doorkomende zon ook bijdraagt, evenals het in Domodossola uitgereikte lunchpakket. Hoogtepunt is ongetwijfeld de bijna anderhalf uur durende fotosessie in Intragna, waarbij het mogelijk is om niet alleen de excursietrein, maar ook enkele normale treinen op de prachtige spoorbrug te fotograferen. Rond half 5 bereiken we ten slotte Locarno waar de vrijwilligers van de museumclub op het (ondergrondse) station spontaan een soort ‘NVBS-Winkel’ op het perron hebben opgesteld en we onder andere de prachtig gerestaureerde motorwagen 7 van de vroegere stadstram van Locarno kunnen fotograferen.

Dag 5 van de reis is de tweede vrije dag. Velen maken een dagtocht naar Lugano met eventueel een rit op de tramlijn naar Ponte Tresa en/of de funiculaire naar de Monte Bré. Anderen bereizen de Gotthardbahn en gaan naar Andermatt en de Oberalppas, doen een dagje Milaan of maken treinritten in Noord-Italië. Weer anderen maken gebruik van het Ticino-Ticket voor een boot-bustocht via het Lago Maggiore. Helaas is lang niet iedereen van die (gratis!) optie op de hoogte. Een deel van de reizigers naar Lugano wordt ‘s avonds op de terugweg geconfronteerd met een treinstoring en alternatief busvervoer vanuit Cadenazzo maar uiteindelijk is iedereen toch relatief snel in Locarno.

Op dag 6 staat aanvankelijk een bezoek aan een depot van Trenord, de vroegere Ferrovia Nord-Milano, op het programma en reizen we daarna door naar Trento. Door een (later die dag beginnende) staking kan het depotbezoek echter niet doorgaan. Wel maakt het grootste deel van de groep de geplande rit naar Milaan via lokale lijnen langs Varese en Saronno. Dat is deels een teleurstelling door volle treinen met weinig uitzicht en de foute keuze voor de voor Interrailers niet toegestane Malpensa Expres vanaf Saronno, die zo overvol is dat het niet echt leuk meer is.

De deelnemers aan de SNE-Winterreis houden koffiepauze op station Milano Centrale, 27 februari 2026. Foto Frans van Sabben

In Milaan is er dan een ruime adempauze, die velen op en rond het stationsplein doorbrengen, zittend in de aangename voorjaarszon, of trams fotograferend in de omliggende straten. Dat levert voor de tramliefhebbers een aardige ‘opbrengst’ op door de grote variatie aan trams, van de intussen bijna 100-jarige vierassers tot de gloednieuwe gelede 7700’en. Intussen hebben we op het station een oude bekende ontmoet: een ex-Fyra-treinstel op de dienst richting Venetië! Zo’n treinstel treffen we ook als we dadelijk verder naar Verona reizen. De meeste van ons hebben in Nederland nooit de kans gehad in een V250 te zitten, maar kunnen nu meemaken hoe de na het Nederlandse Fyra-debâcle in Italië gerenoveerde en daar opnieuw in dienst gestelde stellen met ruim 200 km/u richting Venetië snellen. Het hoofdstuk Fyra behoort tot de meest bizarre uit de Nederlandse spoorweggeschiedenis. Een eveneens bizarre ervaring ondergaan we even later bij een blik op onze telefoon: er is een nieuwsbericht, met heftige beelden dat in Milaan vandaag een zeer ernstig tramongeluk heeft plaatsgevonden met een van de nieuwe trams. Later blijkt bij het bekijken van de foto’s dat  een aantal van ons ongeveer anderhalf uur eerder de desbetreffende tram nietsvermoedend aan het beginpunt van lijn 19 bij het Centraal station van Milaan hebben zien staan…

Voormalig Fyra-treinstel 11 als trein naar Venetië, voor vertrek uit Milano Centrale, 27 februari 2026. Foto Paul Muré

In Verona is een half uur overstaptijd. De wegrijdende Fyra wordt natuurlijk nog even vastgelegd. Vervolgens komen we in een Oostenrijkse Intercity (Venetië – München) terecht voor het laatste stuk naar Trento. Eindelijk weer eens een trein met echt comfortabele (getrokken) rijtuigen en goed uitzicht, want bij die Fyra van daarnet zat een flink deel van de passagiers ook weer tegen dikke raamstijlen of de hoge stoel van zijn voorganger aan te kijken!
In Trento valt de avond in als we nog een flinke wandeling voor de boeg hebben naar de beide hotels. Ook gaan de spoorwegen rond 21.00 uur in staking, zodat we morgen onze vrije dag hier zullen doorbrengen.

Dat laatste is geen straf, want Trento is een plezierige Italiaanse stad met een sfeervol centrum. Goed om rustig te bekijken en op een terrasje te zitten want daar is het weer zeker geschikt voor. Veel reisgenoten treffen elkaar die dag bij het eindpunt van de kabelbaan Finuvia Sardagna waar je een prachtig uitzicht over de stad en wijde omgeving hebt en een zonnig terrasje heel geschikt is voor de lunch. Inmiddels blijken er toch wel wat treinen te rijden (er is een wettelijke plicht voor een minimale dienstuitvoering) en hebben enkele reisgenoten kans gezien om toch – al dan niet deels per bus – de Rittnerbahn bij Bolzano te bezoeken.

Na twee nachten Trento reizen we op zondag 1 maart verder naar Innsbruck. Met een gloednieuwe Railjet van de ÖBB (ook die kan niet helemaal tippen aan het comfort van de klassieke IC van gisteren!) komen we kort na het middaguur aan in de hoofdstad van Tirol en kunnen direct overstappen op een excursietram van de Tiroler MuseumsBahnen.

Excursietramstel 83 aan de halte Tantegert van lijn 6 naar Igls, Innsbruck, 1 maart 2026. Foto Paul Muré

Het is de dubbelgelede Düwag 83 (ex-Hagen met middendeel uit Bielefeld) met bouwjaar 1959. Deze vervangt de oorspronkelijk geplande vierassige motorwagen met 2 kleine bijwagens welke helaas met schade buiten dienst staat. Daardoor gaat ook de oorspronkelijk geplande rit over de Stubaitalbahn niet door. Maar het enthousiasme van de vrijwilligers van de museumorganisatie, in het bijzonder van Andreas Lassnig, kent geen grenzen en zo rijden we eerst naar het voormalige Stubaitalbahnhof bij de remise Bergisel waar tegenwoordig een trammuseum is gevestigd. In 2 groepen wordt de interessante (foto)expositie respectievelijk de remise met museumtrams bezocht. Men heeft een fraaie collectie trams weten te behouden waardoor een behoorlijk compleet beeld wordt geboden van het materieel dat ooit in Innsbruck en omgeving heeft gereden, inclusief de Stubaitalbahn. Maar er is ook een tramstel uit Merano (Zuid-Tirol) en een tandradloc van de Rittnerbahn met houten opbouw.

Reisleider Rob Zoomer regisseert bij de Innsbrucker Mittelgebirgsbahn (lijn 6) een groepsfoto met de deelnemers aan de SNE-Winterreis, 1 maart 2026. Foto Frans van Sabben

Na dit bezoek volgt een rit over de bijzondere tramlijn 6 naar Igls, de voormalige Mittelgebirgsbahn, met een aantal mooie fotostops op deze steile tramlijn. Ook waren een schijnaankomst en twee passages met dienstmaterieel mogelijk die op de Stubaitalbahn beslist niet uitgevoerd konden worden. Tot slot volgt nog een rit door de stad naar het eindpunt Mühlauer Brücke van lijn 1 waarna we afgezet worden bij het eindpunt Amras van lijn 3. Het is dan nog een flinke tippel naar het op een bedrijventerrein gelegen hotel waar ’s avonds een gezamenlijk diner volgt. Intussen is het buiten flink afgekoeld en is iedereen een beetje uitgeteld.

Dag 9 begint vroeg met – gelukkig! – een eigen stadsbus naar het station, maar die is wel weer afgeladen vol met 50 mensen plus bagage. Om 8.38 uur stappen we op Innsbruck Hbf op de trein naar München via de Karwendelbahn. Ook vandaag weer een gedeeltelijke wijziging want aanvankelijk zouden we via de diesellijn Weilheim – Augsburg naar onze laatste standplaats rijden maar dat kan door werkzaamheden niet doorgaan. Dus volgt een langere rit naar München, waarbij zeker het eerste deel via Mittenwald naar Garmisch-Partenkirchen indrukwekkend mooi is.

Kunst in koper bij de nieuwe Westtangent in München, München St. Ulrich, 2 maart 2026. Foto Jurjen Hooghiemstra

In München Pasing stappen we dan over op een regionale trein naar de laatste overnachtingsplaats Augsburg waar de rest van de dag kan worden doorgebracht. Met het Bayern-Ticket kan desgewenst (ook) het tramnet van Augsburg verkend worden. Velen wandelen wat rond in de mooie binnenstad of bezoeken de Fuggerei, het oudste sociale woningproject ter wereld uit 1521 dat nog steeds volop in gebruik is. Om 19.30 uur is in het Riegele Wirtshaus (brouwerij) het afscheidsdiner waarbij we voor de gebruikelijke speeches om akoestische redenen even naar buiten uitwijken. Gelukkig is het droog!

Op de dag van de thuisreis is er ’s morgens vanuit de ontbijtzaal een mistig uitzicht op de beneden op straat langsrijdende trams. De meerderheid van de groep gaat daarna per tram  naar het Bahnpark Augsburg, een nog in ontwikkeling zijnd spoorwegmuseum op het terrein van wat ooit het grootste stoomlocdepot van Beieren was. We worden ontvangen door een rondleider met veertig jaar ervaring als machinist die ons op enthousiaste wijze rondleidt over het terrein en langs en door diverse gebouwen en loodsen. Het bijzondere is dat men hier een internationale collectie (elektrische) locomotieven heeft samengebracht, waaronder de NS 1211. Ook staan er Franse, Zwitserse, Luxemburgse, Italiaans en uiteraard enkele Duitse locs. Fraai zijn ook grote Franse en Joegoslavische stoomlocs maar ook allerlei andere spoorse zaken. Het is zeker een museum om nog eens terug te komen!
Na dit bezoek gaat het terug richting stad voor de lunch en het ophalen van de bagage, voordat om 14.48 uur de ICE naar Amsterdam vertrekt. Die bereikt Nederland weliswaar met enige vertraging maar wel zodanig dat iedereen goed thuis kan komen. We kunnen terugzien op een erg afwisselende, interessante, maar ook enerverende reis, waarbij veel dingen uiteindelijk anders liepen dan gepland maar die zeker als geslaagd kan worden beschouwd. Reisleider en organisator Rob Zoomer heeft er zijn handen soms weer aan vol gehad en zijn niet aflatende inzet en dito creativiteit zijn zeker een groot compliment waard.

Paul Muré

Kopfoto: SNE-excursietrein Domodossola – Locarno op het grote spoorviaduct bij Intragna, 25 februari 2026. Foto Sieger de Boer