Verslag “op vijf spoorwijdten door Zweden en Finland”
Na de succesvolle reis vorig jaar, door de Baltische staten, leek déze reis ons een mooi vervolg. En dat was het!
De Stichting NVBS-Excursies reist bij voorkeur per trein. De reis begint (voor ons) in de ICE vanaf Hilversum, richting Berlijn. De avond tevoren bleek juist díe trein, met de reserveringen, uit de dienst genomen. Iedereen op eigen gelegenheid (met onze interrail-tickets) naar Hengelo. En in twee groepen met de Euro-Bahn naar Osnabrück. Op het perron in Osnabrück was de groep compleet. Gelukkig had de ICE Basel – Hamburg 24 minuten vertraging, dus zaten we weer ‘op schema’.
De IC Hamburg – Kopenhagen reed, wegens werkzaamheden, pas vanaf Fredericia (DK), dus werd 260 kilometer met een Deense touringcar afgelegd. Hulde aan het organisatietalent van onze reisleider Geert Gorissen en zijn assistent Rob Zoomer. Zij wisten in Hamburg snel een ‘eigen bus’ te regelen. Iets voor drieën vertrokken we van Hamburg ZOB. Kwart over zes vanaf Fredericia, met een Deens ‘rubberneus’ IC treinstel om iets over negenen aan te komen in Kopenhagen. Koffers in het hotel gedropt en naar het besproken restaurant Madklubben op de Vesterbrogade. Om half tien kon Geert ons in het restaurant blij toespreken. Het was een stevige dag.
De volgende ochtend konden we een paar uur in Kopenhagen highlights zien tot een uur of twee. Met de Öresundståg naar Malmö en daar een overstap op de X2 tot Linköping (Zweden) twee nachten het Scandic hotel, een keten die we vaker tegenkwamen. De meesten trokken de binnenstad in, rond het Stora Torget (grote plein) veel restaurants, met een goede keuken en prettige terrasjes.
Onze derde reisdag de smalspoor-museumtrein Hultsfred – Västervik. Een van de laatst overgebleven Zweedse smalspoorlijnen, zeventig kilometer (waarvan de laatste vier in Västervik gecombineerd met het SJ normaalspoor). De overige 66 kilometer wordt door vrijwilligers onderhouden, die, volgens de conducteur, elk jaar een paar duizend dwarsliggers vervangen.

De smalspoor-museumtrein Hultsfred – Västervik (SJ YB900 +YB897) te Vena waar een bijzonder sein staat, 7 juli 2026. Foto Karel Koploper
De spoorbreedte is 981 mm, drie Zweedse voet. Een aparte maat. Zweden heeft hiervan duizenden kilometers gehad. De laatste lijn die het gebruikt is de Roslagsbanan (een voorstadstreintje ten noorden van Stockholm met een eigen museumspoorclub) en verder een heel aantal museumlijnen in Zweden. Na een mooie rit en bezoek aan het smalspoor-depot in Västervik ging het met de Krösatåg weer terug naar Linköping.

Impressie van het Sparvagmuseet in Stockholm, 8 juli 2026. Foto Karel Koploper
De vierde dag (8 juli) rond 9 uur op het station voor de rit per dubbeldek-IC naar Stockholm. Wat tijd om ’s middags de oude stad te zien, koffie te drinken (heet daar een ‘fika’) met een vriendin uit Stockholm en rond 18 uur naar het busstation. Om 20 uur vertrok de ferry naar het Finse Turku. Met mooi weer op dek gestaan om de Stockholmse binnenstad te zien verdwijnen en te zien hoe het schip van 220 meter haar weg vindt tussen de honderden eilandjes door. Mooi buffet-diner aan boord en redelijk geslapen in de hut.

De vrouwelijke deelnemers gaan met onze motorwagen op de foto in Mynämäki, 9 juli 2026. Foto Erik den Braber
Vijfde dag; aankomst ’s morgens en om een uur of acht (uur tijdsverschil) stond onze blauwe ‘eigen’ Dm7 railbus vlakbij de boot klaar. Een railbus van Zweeds type, maar in Finland gebouwd bij Valmet, èn… op 1524 mm spoorbreedte. De koffers in een apart busje, want dáár was ècht geen plaats voor. Met zo’n 50 m/v zat het treintje goed vol..
De railbus zou twee dagen ons vervoer zijn. Na aankomst in Turku door over een goederenlijntje naar Uusikaupunki, haventje aan de Botnische golf, waar in Ravintola Luode, een (warme) lunch voor ons klaar stond. Terug naar Turku, met uiteraard weer de nodige fotostops. Laat in de middag kwamen we in Turku (stad) aan. Het hotel bleek een stukje lopen, met de koffers.
Een van de museumtrein-medewerkers vertelde dat in de grote Michaels kerk onze machinist voor de volgende dag, voor ons een orgelrecital zou geven. Hij is vaste organist van deze bijzondere kerk en gaf een demonstratie, waarbij o.a. op indrukwekkende wijze Finlandia van Sibelius door de kerk schalde. Finlandia is bijna het 2e volkslied van Finland. Heel bijzonder. We mochten tussen de 3600 orgelpijpen door en zelfs het grote (52 registers) orgel zelf proberen. Medereiziger Frank lukte het een Wilhelmus te spelen.

Lok 1 van de Jokioinen Museum Railway wordt met houtstammen beladen in Minkiö, 10 juli 2026. Foto Karel Koploper

Groepsfoto van de deelnemers aan de reis in Humppila, 10 juli 2026. Foto Karel Koploper
Zesde dag; De blauwe Dm7 bracht ons van Turku naar Toijala, een end zuid Finland in. Onderweg een stop bij de 750mm museum-smalspoorlijn Humppila – Jokioinen. Een met berkenblokken gestookt stoomlocje van Amerikaanse origine bracht ons heen-en-weer. In Minkio stond weer een uitgebreide warme lunch klaar. Een heel sfeervolle dag en voor mij één van de hoogtepunten van deze reis. Terug in Humppila, na de groepsfoto, bracht de Dm7 ons verder naar Toijala waar we het museumdepot bezochten en een mooi ritje over een goederenlijntje naar Valkeakoski maakten.

Fotostop op de terugweg van Valkeakoski naar Toijala, 10 juli 2026. Foto Erik den Braber
Van Toijala reisden we verder met een Finse VR dubbeldeks IC trein naar Tampere. Door het breedspoor en het enorme (Russische) vrije-ruimteprofiel een aparte gewaarwording, dat een dubbeldekstrein zó ruim kan zijn.

De tram op een brug over de Tammerkoski in Tampere, 11 juli 2026. Foto Karel Koploper

Uitzicht vanuit het hotel op het station in Tampere, 10 juli 2026. Foto Erik den Braber
Tampere, 2e stad van Finland, heeft een nieuw tramnet. Hotel naast het station en voor sommigen een kamer met spoorzicht voor twee nachten. Zaterdag 11 juli, werd gebruikt om de stad te zien, wij bezochten onder andere de orthodoxe kerk en woonden daar de doop, door een Finse voorganger, van een Oekraïens jongetje uit Kharkiv bij, indrukwekkend. Uiteraard een rit met de nieuwe tram gemaakt. Het Finlayson museum met twee enorme 127 jaar oude Sulzer stoommachines bezocht. lekker gegeten en genoten van het lange avondlicht. Her en der kom je, zelfs in deze stad, NVBS’ers tegen. Grappig.

De Sulzer-stoommachines uit 1896 in het Finlaysonmuseum in Tampere, 11 juli 2026. Foto Erik den Braber
Zondag 12 juli, vaarwel Tampere, moderne VR trein naar Jyväskylä. Daar wachtte een ‘bejaarde’ Dv16 dieselloc met twee ‘houten latjes’ rijtuigen, dat zat ruimer dan de Dm7. Een prachtige rit langs Finse meren en velden, oude houten stationnetjes, en uiteraard mooie fotostops met ‘Scheinanfahrt’.. Stationnetjes met welluidende namen als Petäjävesi. We ontdekten dat Rautatieasema geen plaatsnaam is, maar ‘spoorwegstation’ betekent. De Dv16 bracht ons 74 kilometer naar Haapamäki, een vroeger spoorwegknooppunt en nu zetel van het Haapamäki Museum. Een indrukwekkende verzameling oud Fins spoorwegmaterieel (veel moet nog opgeknapt worden), een deel staat in de grote ronde locloods. Ook hier een prima warme lunch (ook deels vegetarisch) in het plaatselijk restaurant/ontmoetingscentrum.

Een deel van de verzameling van Haapamäen Museoveturiyhdistys met onder andere Tr1 1082, Dr12 2216 en Dr13 2343, Haapamäki, 12 juli 2026. Foto Karel Koploper

De Dv16 2038 rijdt tussen Keuruu en Haapamäki over een dam in een van de 1000 meren van Finland, 12 juli 2026. Foto Karel Koploper

De museum Dv16 2038 kruist met de reguliere personentrein, Dm12 4403. in Petäjävesi, 12 juli 2026. Foto Karel Koploper
De Dv16 bracht ons richting ‘bewoonde wereld’ en in Orivesi stapten we over op de moderne Finse dubbeldeks IC naar Helsinki. Weer een uitstekend hotel, naast het grote Centraal Station (en ‘zicht op de treinen’…).
Die avond kwamen we niet veel verder dan avondeten voor het station.
Maandag 13 juli, een ‘vrije’ dag in Helsinki. Leuke stad, leden van de groep zijn echt overal heen geweest. Wij (Yolande en ik) hebben een bus genomen naar Porvoo. Oud stadje plm. 40 km ten oosten van Helsinki. Houten huisjes in allerlei kleuren, historisch, mooi kerkje. Leuk. Toen we bij het haventje aan de koffie zaten klonk er een toettoet uit het bos… Toch maar gaan kijken.. Blijkt een museumlijntje naar Kerava. Een dieseltreintje van 2 Dm7’s + tussenrijtuig rijdt sinds najaar 2025 weer, nadat de club eerder van 1993 tot 2013 het traject bereed. Bij een eerdere NVBS/SNE reis is dit lijntje ook bezocht.
De Dm7 is een laag gebouwd diesel-motorwagentje, met krap plaats voor 50 mensen (op 2+3 bankjes met weinig beenruimte) en heeft in Finland de bijnaam Lättähattu (platte hoed). De vergelijkbare Zweedse Y6 motorwagen heeft soms de bijnaam dadellåda (dadel-doosje), door z’n lage bouw en afgeronde vorm.

De tram van Helsinki voor de kathedraal, 14 juli 2026. Foto Karel Koploper
Dinsdag 14 juli is er tijd om Helsinki te doorkruisen en te genieten van deze fijne stad. Om een uur of vier gaan we gezamenlijk met de tram naar de Ferry-haven naast het centrum van de stad. Om 18 uur vertrok onze ferry voorzichtig tussen de eilandjes van Helsinki door. Mooi gezicht, vanaf de voorkant van het schip. Iets sneller dan bij Stockholm zit je dan op de ‘grote zee’, de Finse Golf. Weer een uitstekend buffet-diner met gereserveerde tafels.

Laatste blik op Helsinki vanaf de MS Viking Glory, 14 juli 2026. Foto Erik den Braber

Een prachtige vaartocht door de Scheren kust voor aankomst in Stockholm, 14 juli 2026. Foto Karel Koploper
De volgende ochtend (woensdag 15 juli) aankomst in Stockholm met die prachtige vaartocht door de Scheren kust, honderden eilandjes, met vaak (traditioneel rood-witte) weekendhuisjes. Per (eigen) bus naar het grote busstation, 10 minuten lopen naar het hotel. Reisgenoten besteedden de dag heel verschillend. Er waren er zelfs naar Uppsala, naar de Lennakatten, de (981mm) museumlijn op het noordelijke deel van de Roslagsbanan (niet meer met het zuidelijk deel bij Stockholm verbonden) of naar het grote OV museum op het terrein van een vroegere gasfabriek achter Ropsten (eindpunt van een metrolijn en begin van de Lidingö-tram).
Wij hielden het rustig, met de museumtram, bootjes, wandelen, een bezoek aan NK en lekker eten op een terras aan het water op het eilandje Skeppsholmen. Ook Stockholm is een prettige stad.
De volgende ochtend (16 juli) bijtijds naar het station, met een X2 naar Malmö, weer de Öresundståg naar Kopenhagen, een Deense IC naar Ringsted en vanaf daar zette DSB bussen in.
Bus over de Grote Belt brug naar Nykøbing, vandaar weer een Deense rubber-neus-trein naar Odense. Onze laatste overnachting. Helaas kwamen we na sluitingstijd van het Spoorwegmuseum, en het Hans-Christian Andersen museum aan, maar ’t diner in het hotel maakte veel goed.
Vrijdag 17 juli begon al meteen goed, om half negen per bus naar Fredericia (ook in Denemarken zijn ze overal aan het spoor bezig) en vandaar met een IC naar Hamburg, daar ICE 203 tot Osnabrück en daar zowaar een ICE naar Nederland! Wie tot Amsterdam bleef zitten was daar rond 8 uur ’s avonds. Als ze rijden is het een prima trein, zo’n ICE .
Al met al een prachtige reis, soms wat ‘vol’ maar veel gezien en beleefd. Met grote dank aan Geert, die het uitstekend georganiseerd had en zeker ook aan Rob, die, ondanks dat hij als ‘reiziger’ mee was, zich vaak als achtervang opwierp.
Oh ja, en over spoorbreedtes (in Zweden alleen al) is een heel boek te schrijven…
Wíj hadden 750, 981, 1000, 1435, en 1524 mm…
Yolande Tak en Erik den Braber