Beschrijving
Aan het begin van de vorige eeuw waren de Zweedse Spoorwegen (Statens Järnvägar=SJ) niet het enige normaalspoor spoorwegbedrijf in Zweden. Er waren vele spoorwegbedrijven, sommige volledig particulier, sommige deels in handen van een overheid. De SJ exploiteerde de hoofdlijnen in Zweden, zoals Göteborg-Stockholm, maar de Bergslagsbanan (BJ) had o.a. een verbinding van 478 km tussen Göteborg en Falun die vooral voor goederenvervoer van belang was. Samen met de Gävle-Dalabanan (GDJ) werd vanaf Göteborg de oostkust van Zweden bereikt. Tussen 1919 en 1948 werkten een groot aantal particuliere bedrijven samen als de GDG (=Götenborg-Dalarne-Gävle) en concurreerde daarmee direct met de SJ. De GDG was uiteindelijk één van de grootste particuliere vervoersbedrijven in Zweden, waarvan de Bergslagsbanan het belangrijkste onderdeel was. De hoofdlijn liep min of meer parallel aan een lijn van de SJ en was in 1939 geëlektrificeerd. De BJ had op 1 april 1947 een snelle reizigersverbinding tussen Göteborg en Gävle, via Falun, in gebruik genomen, de GDG-express. Deze sneltrein werd geëxploiteerd met twee moderne elektrische (vierwagen)treinstellen. Maar in 1939 was ook een wet aangenomen waarin was vastgelegd dat de particuliere spoorwegen uiterlijk in 1948 werden genationaliseerd. De GDG verzette zich daartegen maar het bedrijf werd in dat jaar toch door de SJ overgenomen en het materieel werd vernummerd.
Dit fotoalbum geeft een beeld van de Bergslagsbanan en de andere bedrijven in de GDG met nadruk op de jaren ’60 en ’70. Daarbij wordt de lijn gevolgd vanaf Göteborg in de richting van Falun. Boven elke groep van foto’s staat de (stations)locatie en de afstand tot Göteborg en Falun (overigens km 0 voor de BJ). Daarna volgen de andere lijnen.
Er is aandacht voor het materieel maar ook voor de railinfrastructuur, stations, seinhuizen, locdepots, werkplaatsen, watertorens en het seinwezen. De BJ liet zijn eigen locomotieven ontwikkelen, waaronder in 1927 een fraaie driecilinder sneltreinlok, type “H3s” (SJ type A8). Deze staat op de omslag maar zien we ook terug in kleur op blz. 105 en 106. De liefhebber herkent de loc als de NS serie 4000! Ook bij de elektrische locs ging de BJ zijn eigen weg: voor goederentreinen werden Bo’Bo’ locs in dienst gesteld, maar voor reizigerstreinen reed men met klassieke Zweedse stangenlocs. Ook deze komen we regelmatig tegen op de foto’s evenals andere machines van de SJ. Op de lijn vanaf Göteborg reden trouwens ook locs van de Noorse spoorwegen, de NSB. In 1970 werden in Zweden stoomlocs nog als strategische reserve opgeslagen (de zgn. beredskapsloks) en zo nu en dan weer opgestookt, zie bijvoorbeeld blz. 127. Daardoor zijn er gelukkig veel oude locs bewaard. De Zweden hadden, zo blijkt ook uit dit boek, bij de stoomlocs vaak een voorkeur voor binnenliggende cilinders. Net als de Engelsen. Zou het iets met de temperatuur te maken hebben?
Nadat de BJ lijn is behandeld rijden we vanaf blz. 208 de DJ, GDJ, LLEJ, ÅmÅj, DVVJ, KFJ en SDJ af. Omdat er veel (kleuren)foto’s zijn opgenomen uit de jaren ’60/’70 is de kwaliteit niet altijd wat we gewend zijn in dit digitale tijdperk, maar voor de liefhebber van Scandinavisch railvervoer is het boek een aanrader. De afkortingen van de genoemde Zweedse spoorwegmaatschappijen zijn ook te vinden in de recente Zweedse spoorwegatlas, ook verkrijgbaar bij NVBS Winkel.
Bron: NVBS Actueel juni 2026

Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.