Met ‘Le Beauvaisis’ naar Parijs

Beelden van een Frans treinstel als D-trein 128 van Amsterdam naar Parijs. Deze trein reed tussen 24 mei 1954 en 2 juni 1957, als voorloper van de TEE. We zien het vertrek uit Amsterdam en rijden via Haarlem, Den Haag HS, Rotterdam DP, Moerdijkbrug, Roosendaal tot de Belgische grens. Onderweg zien we een glimp van een NZH-tram en een stoomtram van de RTM. De luxe trein, gebouwd in de jaren 30, heeft alleen 2e klas (vanaf 1956 1e klas). De reizigers laten zich de naoorlogse karbonaadjes goed smaken terwijl ze Le Figaro lezen. Gefilmd door A.G. Nijmeijer in juli 1954. De titelfoto is van J.J. Overwater (11 juli 1956). Montage Nico Spilt. Lengte 11:45. SNR #1207.

Meer informatie

De Train Automotrice Rapide (TAR) werd in de jaren 30 gebouwd in opdracht van de Compagnie des chemins de fer du Nord, een maat­schappij die in 1938 zou opgaan in de SNCF. De dieselelektrische treinstellen waren geïnspireerd op de Duitse ‘Fliegende Züge’ uit die dagen. Ook de Nederlandse DE3 stamt uit deze periode.

De treinstellen waren gebouwd door Franco-Belge en hadden diesel­motoren van Maybach. De gebruikelijke samenstelling was twee motorrijtuigen met een tussenrijtuig. Het was ook mogelijk om een extra tussenrijtuig te plaatsen. Twee treinstellen konden gecombineerd rijden. De twee prototypes werden aangeduid als TAR 34, de negen vervolgstellen als TAR 36 (het getal geeft het jaar van indienststelling aan). Plannen voor een TAR 38 zijn niet doorgegaan. Op de zijkant van het treinstel in de film staat ‘le Beauvaisis’; dit is streek in Picardië. Namen van andere treinstellen waren Artois, Boulonnais, Cambrésis, Flandre, Île-de-France, Picardie, Santerre en Vermandois.

In de jaren 30 reden deze treinstellen vanuit Parijs naar andere grote steden in Noord-Frankrijk. Ook reden ze naar Brussel en naar Luik; in 1938 reden ze zelfs door naar Maastricht. Tijdens de oorlog stonden de treinstellen stil omdat er geen brandstof beschikbaar was. Wel werden er motorrijtuigen gebruikt voor het demagnetiseren van schepen. Na de oorlog werden de treinstellen hersteld en soms van nieuwe motoren voorzien. De stellen waren turquoise-achtig groen met grijze banden en schortplaten, en een oranje snor.

Van 24 mei 1954 tot 2 juni 1957 werd met deze stellen een dagelijkse dienst gereden tussen Amsterdam en Parijs. De treinnummers waren D125 (’s avonds van Parijs naar Amsterdam) en D128 (’s middags van Amsterdam naar Parijs). De reis duurde zes uur: ruim vijf kwartier korter dan voorheen met een stoomtrein. De treinstellen hadden alleen 2e klas; vanaf de zomer van 1956 werd dat 1e klas. Vanaf 2 juni 1957 gingen er TEE-treinstellen rijden tussen Amsterdam en Parijs.

Zie ook “Anderhalve eeuw per trein van Amsterdam naar Brussel en Parijs” door Marius Broos in Op de Rails, maart 2005 (vanaf blz. 93).