Op het spoor van tijd en ruimte in Polska – deel 2
Presentatie door Willem Riemersma
De presentatie in juni vorig jaar werd afgesloten met beelden van een treinritje met Arriva Polska over de Wisła (Weichsel) richting Grudziądz (Graudenz) en van het noordelijk gelegen gerestaureerde station Kwidzyn (Marienwerder). De presentatie van deze avond is het vervolg. Met hier alvast in grote lijnen de te volgen route van stations en omgeving. Bij de presentaties met info rond foto’s en filmpjes wordt voor oriëntatie net als de vorige keer geregeld een overzichtskaart van het Poolse spoorwegnet getoond.
Via Malbork (Marienburg) aan de Nogat, met een uitstapje bij Stogi Malborski, waar ooit van afkomst Nederlandse Mennonieten woonden en werkten, voert het over de in de geschiedenis beroemde spoorbrug over de Wisła bij Tczew (Dirschau) naar Gdańsk (Danzig). De laatste stad heeft opvallend veel Nederlandse invloeden gekend. Het station van Gdańsk is gebouwd in de stijl van de Nederlandse neo-renaissance. Het heeft een zusje in de bouwstijl van het station van Colmar, in de Franse Elzas.
Na een zijstapje naar Pasłek (Preussisch Holland), waar zich ooit Nederlanders vestigden, gaat het van Gdansk naar het zuiden. Via Kościerzyna (Berent) en dan via Czersk aan de voormalige Ostbahn, gaat het langs Tuchola westelijk van de Wisła en waar Arriva rijdt, langs Bydgoszcz naar Inowracław (Hohensalza) met daar in de buurt de in de jaren 20 van de vorige eeuw met Frans kapitaal aangelegde zuid-noord Kolenbaan.

Van Inowracław voert de reis naar Gniezno (Gnesen) met het in Polen meest intact gebleven spoorwegensemble van seinhuis, kolenkraan- en bunker en ronde locloodsen uit de tijd van de Duitse bezetting van Polen in WO II. Van daaruit gaat het verder naar het zuiden langs de spoorlijn die tot 1918 aan de oostgrens van het toenmalige Duitse Keizerrijk liep, met een reeks eilandstations zoals Jarocin en Kluczbork (Kreuzburg) en daartussen het toren- en kruisingsstation Kępno (Kempen).
Via het markante station van Bytom (Beuthen) dat voor de oorlog eindpunt was van ‘Fliegender Schlesier’ uit Berlijn, en het gerenoveerde station van Gliwice (Gleiwitz), gaat het langs de grens met Tsjechië naar het westen. In de Duitse tijd heette deze lijn vanaf Klodzko (Glatz) langs het Riesengebirge (nu het Poolse Karkonosze) de ‘Schlesische Gebirgsbahn’, met bijvoorbeeld de stations van Wałbrzych (Waldenburg) en Jelenia Góra (Hirschberg), richting Görlitz.
Vanaf deze geëlektrificeerde hoofdlijn takt een aantal berglijnen af naar en soms over de Tsjechische grens. De geëlektrificeerde berglijn naar Szklarska Poręba Górna (Ober Schreiberhau) bestond al, een deel van deze lijnen is de afgelopen jaren gereactiveerd, bijvoorbeeld naar Świerdów Zdrój (Bad Flinsberg) en Karpacz (Krummhübel). Een wel zeer bijzonder station aan een andere berglijn is Lubawka (Liebau).
Tenslotte is er aan de Poolse kant van de Neissegrens het prachtig gerestaureerde eilandstation Węgliniec (Kohlfurt), als deel van een nog steeds bestaand groot emplacement en dat sinds dit jaar ook een halte is voor passagiersvervoer per EC tussen Leipzig en Przemyśl aan de grens met Oekraïne.